De Wonderen van de Udense Hei

door H. Linnebank

Op 21 juni 2015 wandelt een Kruisheer met een groep studenten over de Hoevenseweg van Uden naar Zeeland. Een kwartier voorbij de Hoeve laat hij de groep even stoppen, wijst ze naar in de bosjes en begint te vertellen:


Kunnen jullie geloven dat hier honderd jaar geleden op de hei tussen Zeeland en Uden, een grote stad gestaan heeft? Binnen drie maanden tijd verrees ze uit het grond, aan weerszijden van de weg van Schaijk naar Mill. Er woonden zo'n zevenduizend mensen en soms kwamen er in een week vijftienhonderd nieuwe bewoners bij. De hoofdtaal was het Vlaams, maar je hoorde er ook veel Frans en Esperanto. Links van deze weg waren de scholen, de hospitalen en straten met keurige landelijke woninkjes. Ginds op die open plek, bij een perk van rozen - moet je nagaan: rozen in de hei! - stonden de kerk met pastorie en klooster. Vijf priesters waren vast aan de parochie verbonden. Bij die hoge sparren daar stond het raadhuis. Behalve de burgemeester zetelde daar, als opperhoofd met gouden kraag, een oud-luitenant-kolonel van het Oost-Indische leger, terwijl het oppertoezicht werd gevoerd door een Regeeringsafgevaardigde die Jonker was en Lid van de Tweede Kamer, met als adjudant een andere Nederlands edelman.


De scholen werden bezocht door twaalfhonderd kinderen, met twintig leraren en onderwijzeressen en het bestuur van deze scholengemeenschap was in handen van een doctor-in-de-wijsbegeerte van de Hogeschool van Leuven.


In het Udense dorp kon het in die tijd razend druk zijn. De hele dag reden er auto’s en rijtuigen door de straten. Want een groot deel van de leiders van Nieuw-Uden woonde er op kamers of in een een villa in het oude dorp. Bij de oude kerk had een dokter een huis gehuurd, aan het spoor nog een dokter, aan het tramstation woonde een doctor-in-de-letteren, bij de Markt ook; de post-directeur huisde tegenover de Gouden Leeuw; de Generale Staf was gelegerd in de Korenbeurs en het onderwijzend personeel woonde verspreid over de overige huizen van Uden.

Ik zal jullie enkele merkwaardige verhalen vertellen van dit vluchtelingendorp dat maar en paar jaar bestaan heeft. Een dorp met eigen schouwburg, een badhuis, elektrische verlichting en een spoorlijn. Alle informatie hierover heb ik gevonden in oude papieren van het Kruisherenklooster.