SCHETSEN UIT HET VLUCHTOORD UDEN

II - HET VILLAPARK

Het kind was gedoopt voor het geboren was! De volksmond had, toen er nog slechts hier en daar een huisje in wording en er nog geen tuintje te zien was, de naam al gegeven aan hetgeen officieel “De Huizenbouw” zou heten, maar door geen mens in het Vluchtoord anders als “Villapark” genoemd wordt.


En waarachtig het was goed gevonden! Wanneer je op een vroegen lentemorgen van de grote verharde weg Uden-Zeeland de witte, groengestreepte, zwartgedekte huisjes daar voor je ziet liggen op het uitgestrekte zandtapijt als de ontelbare blokjes van een reuzenbouwdoos en op feesten als Koningsverjaardag of Koninginnenaamdag honderden vlagjes van de puntgeveltjes je blij welkom heten, dan waan je te kijken naar een uitgestrekt park, waar mensen rustig wonen in de talrijke villaatjes.

Of wanneer tegen het vallen van de zomeravond, als de daken staan te dampen en te puffen van de doorstane daghitte, je van verre, van de Schaijkse hei, heen staart in het rustig wazige van dit huizencomplex, dan waan je je in het toverland, waar geesten uit de sprookjeswereld hun tenten hebben opgeslagen.

Boeren, die over de brede straatweg het vluchtoord voorbijtrekken, hoor je wijzend op het Villapark, elkaar toefluisteren: “Daar wonen de rijke Belgen”, en zowel de Udense als de Zeelandse mensen kijken met verbazing naar die frisse kraakheldere woningen, die voor zeker wat sierlijkheid en reinheid betreft, voor de hun geenszins hoeven onder te doen.

Waar vandaan en waarom dat villapark? Een Deense uitgever - zijn naam is mij onbekend - had door middel van inschrijvingen een som van 325.000 gulden bijeen weten te brengen en die in handen gesteld van de Nederlandse Regering, om ze te gebruiken voor de wederopbouw van België. Op initiatief van de “Centrale Commissie tot behartiging van de belangen van naar Nederland uitgeweken vluchtelingen” aan wie de Nederlandse Regering dat geld weer ter hand had gesteld, werd besloten tot het bouwen van uiteenneembare woningen door de Belgen, voor de Belgen en onder leiding van Belgen. Op 1 Mei 1915 waren er in het vluchtoord de nodige schrijnwerkers, meubelmakers, smeden en schilders samen getrommeld en konden zij aanstonds met het werk beginnen onder de volgende voorwaarden: 1. Een wekelijkse vergoeding van 2 gulden waarvan de helft op een spaarboekje komt en de betrokkene wordt uitbetaald bij zijn vertrek uit Nederland. 2. Het eigendomsrecht van de werktuigen betrekking hebbende op zijn beroep. 3. De vrije beschikking gedurende de oorlog over een gemeubileerde, demontabele woning. Evenals de andere vluchtelingen werden zij natuurlijk door het vluchtoord gevoed en gekleed.


Tegenwoordig wonen reeds meer dan honderd families in het Villapark. En treed je door het tuintje in de twee- of driekamerwoning binnen, dan zul je je meteen thuis gevoelen. Vergeten zult je, dat vader en moeder, die met hun kroost om de blank geschuurde withouten tafel zitten, ballingen zijn. En vraag je hun of ze tevreden zijn, zij zullen wel een traan uit het oog wegpinken en staren op het beeld van hem, dat daar hangt aan de wit geverfde muur, het beeld van de Koning, het symbool van het Vaderland of u wijzen op het portret van vader, echtgenoot, broeder of zoon, die strijdt aan de IJzer; maar dan komt aanstonds weer de lach van tevredenheid op de lippen, want zij voelen zich gelukkig hier als familie te kunnen leven, weer thuis te zijn. Zij zullen u vertellen hoe zij hier ‘s winters gezellig rond het brandende kacheltje kruipen, wanneer buiten de wind fluit en in zijn woede het dak van de muren dreigt los te scheuren, of hoe zij ‘s zomers wel eens zitten te bakken in hun houten huisje, dat niet in staat is hen te beschutten tegen de felle zonnegloed. En toch zij zijn de uitverkorenen, de bevoorrechten onder hun lijdende broeders. Zij wonen alléén, zij eten tezamen met hun kinderen, zij praten als thuis, door niemand beluisterd of gehinderd, vrijuit hun mooie Vlaamse moedertaal. Zij zijn de villabewoners, want links en rechts en voor en achter hun huis bloeien de bloemen, door hen zelf geplant en steken de grashalmpjes nijdig omhoog tussen het zand, dat hen dreigt te verstikken.

Er zal een tijd komen, dat het op de Udense hei rustiger zal worden als ooit te voren, dat die uitgestrekte zandvlakte verlaten zal liggen en de eenzame wandelaar, wijzend op de plek, waar thans het vluchtoord staat, bij zich zelf zal zeggen: daar woonden eertijds gedurende de ontzettende wereldoorlog duizenden Belgen; dan zullen diezelfde huisjes daar ginder in het Vaderland staan, op de grond, gedrenkt door het bloed van de dapperen of op plaatsen, waar het Duitse geweld huizen en dorpen vernielde; dan zullen weer Belgen onder datzelfde dak wonen en spreken van de dag van weleer, zij zullen de milde gevers en stoere werkers gedenken, die voor toen en nu zo liefderijk zorgden voor het lijdende volk van de Belgen.



GEZICHT OP HET VILLAPARK

Foto Sandtmann